De geschiedenis van de Limburgse Kunstkring in een notendop

Categorie: Historie

Geschreven door:
Gepubliceerd op:
Kunstenaar(s):

De Limburgse Kunstkring en “De Bende in de Suisse”

De Limburgse Kunstkring is in 1910 opgericht. Het doel was het stimuleren van de belangstelling voor kunst o.a. door het organiseren van tentoonstellingen en lezingen.
Hotel de Suisse op het Vrijthof in Maastricht was de locatie waar vanaf de oprichting de leden van de Limburgse Kunstkring bijeengekomen zijn voor lezingen en feestavonden. Dat is ook nog zo in de jaren twintig, al komen de leden dan meestal alleen naar hun stamcafé voor de gezelligheid.
De activiteiten van de Limburgse Kunstkring worden er in deze jaren niet minder om.

In 1925 telde de kring 22 werkende en 132 kunstlievende leden, 43 donateurs en zeven ereleden.
De bekendste van de “bende” waren: Robert Graafland, Jules Brouwer, Henri Goovaerts, Hermann Bopp, Alphons Boosten, Guus Defresne, Henri Jonas, Charles Nypels, Han Jelinger, Herman Gouwe, Edmond Bellefroid, Jan Bakhoven, Charles Vos, Vic Reinders, Mathias Kemp, Frits Lousbergh, Harie Meisenber, Richard Vrijens, Dom. Stassen, Karel Gemmeke, Fons Reinders, Frans Lousberg, Alex Stols jr. en Jean Gregoire.
Erkenning van de gemeentelijke zijde volgt in 1925, als deze de bovenverdieping van de linkervleugel van het Generaalhuis (Vrijthof 46) gratis ter beschikking stelt aan de Limburgse Kunstkring voor de activiteiten van een stedelijk museum.
De Museumcommissie is van plan een museumcollectie op te bouwen met behulp van particulieren die bereid zijn kunstwerken (in bruikleen) af te staan. Daarnaast is deze commissie van plan tentoonstellingen te organiseren van nationale en internationale gerenommeerde moderne kunst maar ook de oude kunst. Van deze plannen is niet veel terecht gekomen, want uiteindelijk zijn vooral tentoonstellingen georganiseerd van het werk van de eigen leden.
Het Stedelijk Museum blijft tot 1943 bestaan. Het Museum aan het Vrijthof bezit nog een collectie schilderijen en tekeningen van diverse leden van de Limburgse Kunstkring o.a. van Henri Jonas en Rob Graafland.

Het schisma van 1936: de Limburgse Kunstkring krijgt concurrentie

Kunstenaarsvereeniging Limburg


De Kunstenaarsvereeniging Limburg werd in 1936 opgericht op initiatief van Alexander Stols en Joep Nicolas, als de moderne concurrent van de toen meer traditionele Limburgse Kunstkring.
Leden kunnen alleen zijn scheppende kunstenaars, die kunnen worden ingedeeld in de groepen vrije- en toegepaste kunsten.
De lijst van aangesloten leden bevat de namen van: Edmond Bellefroid, Charles Eyck, Han Jelinger, Harrie Koolen, Paul Kromjong, Hub Levigne, Judy Michiels van Kessenich, Joep en Suzanne Nicolas, Jef Scheffers, Henri Schoonbrood, Cephas Stauthamer, Charles Vos en Paul Windhausen (groep vrije kunsten-beeldhouwkunst, schilderkunst, grafische kunst) en Alphons Boosten, Henri Reck, Jos Wielders, Willy Marres, Charles Nypels, Alexander Schols, Willem Veltman (groep toegepaste kunsten zoals glasschilderkunst, decoratieve schilder- en beeldhouwkunst, typografische kunst en architectuur).
De leden komen bij elkaar in café Aux Pays Bas aan het Vrijthof in Maastricht. De vereniging trad ook op als vakbond, wat zeer belangrijk was voor de kunstenaars tijdens de crisisjaren. De professionalisering van kunst in Limburg valt samen met een plotseling toenemende belangstelling voor het werk van Limburgse kunstenaars buiten de eigen kring. Vanaf 1934 exploiteert Stols samen met Bas van Pelt de kunstzaal “De Gulden Roos”, gelegen aan Grote
Looiersstraat in Maastricht. De kunstzaal wordt op 16 juni 1934 geopend met een breed opgezette tentoonstelling van beeldende kunst en kunstnijverheid uit Maastricht. In mei 1937 organiseerde zij een tentoonstelling in de kunstzaal “De Gulden Roos” aan de Looiersstraat.
Er is een voortdurende wrijving tussen de Limburgse Kunstkring en de Kunstenaarsvereeniging Limburg. De eerste krijgt gemeentelijke subsidie en heeft de mogelijkheid exposities te organiseren in het Stedelijk Museum in het Generaalshuis aan het Vrijthof. De Kunstvereeniging Limburg moet het hebben van de goede contacten van de bestuursleden Joep Nicolas en Alexander Stols, die de leden in staat stellen deel te nemen aan de exposities en van de mogelijkheid te exposeren in de kunstzaal De Gulden Roos. De opmars van de leden van de Kunstenaarsvereeniging Limburg lijkt niet te stuiten en ook hun deelname aan de Wereldtentoonstelling in Parijs 1937 is een succes.
Het conflict tussen de Kunstenaarsvereeniging Limburg en de Limburge Kunstkring is in november 1937 op zijn hoogtepunt. Dit naar aanleiding van een Limburgse kunsttentoonstelling in het Haags Gemeentemuseum, die werd samengesteld met medewerking van de Kunstenaarsvereeniging, met
voorbijgaan aan de Limburgse Kunstkring. Broodnijd lijkt de werkelijke reden voor het schisma in de Limburgse kunstwereld, waarbij de ‘professionele’ werkzame kunstenaars kiezen voor de nieuwe Kunstenaarsvereeniging Limburg en de zgn. ‘amateurs’ noodgedwongen lid blijven van de Limburge Kunstkring. Bij de Kunstenaarsvereeniging Limburg sluiten zich bovendien een aantal voorheen niet-georganiseerde kunstenaars, die vooral van buiten Maastricht afkomstig zijn.
Het succes van de jaren 1936-1937 wordt gevolgd door het vertrek van Joep Nicolas naar de Verenigde Staten en Alexander Stols naar Den Haag in 1939, waarna de Vereeniging nog slechts een zieltogend bestaan leidt, en tenslotte tijdens de oorlog in april 1941 wordt opgeheven…
…terwijl na een onderbreking tijdens- en na de tweede Wereldoorlog de Limburgse Kunstkring in de jaren ’70 nieuw leven wordt ingeblazen, en in 2010 haar 100 jarig bestaan vierde…

(tekst Jos Solberg)