De Limburgse Kunstkring is in 1910 opgericht door Limburgse kunstenaars. Het is de tijd geweest van voor de Eerste Wereldoorlog. Een tijd met grote onzekerheid en oorlog dreiging. Grote delen van Europa kende nog feodale structuren en het kiesrecht was nog op zeer weinig plekken een vanzelfsprekendheid. De huidige maatschappij zoals wij die kennen was nog ver weg en sociale zekerheid was nog voor weinigen bereikbaar. Wat hebben deze kunstenaars gevoeld bij de oprichting? Ze hebben waarschijnlijk gezocht naar verbinding om zo gezamenlijk artistieke vrijheid en vernieuwing te kunnen ervaren. Elkaar te inspireren in een tijd waarin alles leek te gaan veranderen. Vele kunststromingen waren al voorboden van deze veranderingen. En toen kwam de Grote Oorlog met al zijn verschrikkingen. Vele kunstenaars zijn op het slachtveld gesneuveld. De Nederlanders is deze ellende gespaard gebleven door de Nederlandse neutraliteit. Wat deed dit alles met de pas opgerichte Limburgse Kunstkring en zijn kunstenaars?
Daarna kwam de grote economische crisis van 1929. Deze crisis raakte iedereen wereldwijd en zo dus ook de kunst. Hierna volgde al snel de populistische oplossingen met een ondemocratisch en fascistisch karakter. De kunst maakte toen zware tijden door en bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werden veel kunstenaars getroffen door een” Berufsverbot”. De Limburgse Kunstkring werd verboden en opgeheven. Na de oorlog werd de Kunstkring weer opnieuw opgericht en is actief tot heden. Ook vanaf de oprichting waren er spannende tijden waarmee men moest leven. Koloniale oorlogen, Cubacrisis, atoom dreiging, Vietnam, milieuproblemen en klimaatcrisis. De vraag die bij mij als voorzitter naar boven komt: “hoe ging men in de LKK artistiek met deze problemen om?” Waren ze een bron van verandering in de kunst? Een bron van rebellie en protest of ging men door op de ingeslagen weg van vakmanschap? Waren er generatieconflicten hierover binnen de Kunstkring?
Waarom zijn deze vragen relevant? De historie is er om gekend te worden en om van te leren. Zonder verleden is er geen toekomst. Daarnaast is het natuurlijk zo dat we weer in bijzonder tijden leven met oorlogen, dreigingen, opkomst van populistische en ondemocratische politieke stromingen, technologie met algoritmen en kunstmatige intelligentie die de maatschappij onnatuurlijk snel veranderen. De gemiddelde mens kan nauwelijks nog overzien wat er om hem of haar gebeurt. Consumeren en vakanties zijn de vluchtwegen die we nog kunnen gebruiken om afleiding te vinden van het onbehagen om ons heen. Daarnaast zijn populistische ondemocratische oplossingen ook voor veel mensen een aantrekkelijke manier om de huidige spanningen en polarisaties het hoofd te bieden. Maar ook hier weer de vraag: “hoe zit het met de kunstenaars van de Limburgse Kunstkring?” Veranderd hun kunstuiting door de maatschappelijke ontwikkelingen? Wat doet het met de kunstenaar als de Afd in Saksen-Anhalt een verkiezing belofte aan de kiezers wil waarmaken door veel kunst te gaan schrappen als niet Duits? Als de geschiedenisles een gemanipuleerde politiek correcte inhoud krijgt? Als men misschien weer terug moet naar gewenste kunst met goedkeuring van het volkse deel van de bevolking?
Zijn we zo niet terug bij de vragen die er misschien waren bij de oprichting in 1910? Men zocht bij de oprichting naar een stem, een identiteit, vrijheid en veiligheid binnen een groep terwijl de maatschappij hun hierbij op de vingers keek. Is er iets veranderd? Hoe staan we er nu voor? Hebben we een LKK gevoel of zijn we eenlingen met alleen eigenbelang? Hebben we een doel of een missie binnen de LKK?





